EEN KERNVRAAGSTUK VAN DE LEER DER ACCOUNTANTSCONTROLE (I)
Hans Blokdijk
MAB · 1975
doi:10.5117/mab.49.16084 (opens in a new tab)
We email you when a new notice or a question about this paper appears.
Abstract
Het gouden jubileum van dit blad is voor de redactie aanleiding geweest een aantal vooraanstaande beroepsgenoten te stimuleren tot het schrijven van fundamentele artikelen over het accountantsberoep.Bij deze gelegenheid hebben J. A. Burggraaff, A. L. Westers, H. H. J. Nordemann en J. P. van Rossem belangwekkende beschouwingen gewijd aan een aantal onderwerpen binnen het raam van de "Methoden en middelen van accountantscontrole" (maart, april 1974).Hiermede werd een nieuw hoofdstuk toegevoegd aan de Hoekse en Kabel jauwse twisten van het beroep, welke zich afspelen over de vraag welke de invloed moet zijn van de interne -in het bijzonder de administratieveorganisatie op de controlemaatregelen van de accountant die belast is met de controle van de jaarrekening.Aangezien de discussie over dit kernvraagstuk van de controleleer nog altijd niet tot een voor ieder bevredigende conclusie had geleid, kon de redactie nauwelijks een beter initiatief nemen; dit te meer omdat het onderwerp reeds een aantal jaren wat op de achtergrond was geraakt, behoudens een korte herleving van de interesse naar aanleiding van de openbare les van Westers (1968) en de Voorjaarsconferentie 1969 van het N.I.v.R.A. (verslag Krikke, 1969).Aan het slot van zijn artikel van april 1974 in dit blad meent H. H. J. Nordemann dat de zozeer in antitheses gevatte discussies over controletech nieken de "state of the art" waarschijnlijk onvoldoende tot uitdrukking hebben gebracht.Het lijkt mij daarom dat de discussie thans minder gediend is met een kritische bespreking van de omvangrijke literatuur en alle daarin gegeven argumenten; een dergelijke beschouwing zou onvermijdelijk een polemisch karakter krijgen.In dit artikel is een poging gedaan om -in navol ging van J. W. Pon (1961) -het gehele vraagstuk systematisch opnieuw te behandelen, waarbij referenties aan de literatuur beperkt zijn tot hetgeen thans in de discussies nog een rol speelt.Goede overzichten van de ontwikkeling van de gedachten zijn overigens te vinden in de artikelen van G. L. Groeneveld in het Handboek Accountancy, en van L. van Kampen in dit blad (januari 1974), alsmede in de vier in de aanvang van dit hoofdstuk genoemde beschouwingen, met name in die van J. A. Burggraaff. De jaarrekening en de functie van de accountantHet vraagstuk waaraan deze beschouwing gewijd is betreft niet in de eerste plaats de functie van de accountant in de relatie onderneming -maatschappij, doch veeleer de taak, waarvan de accountant zich dient te kwijten om deze functie te vervullen.Voor het goede begrip is het echter dienstig vooraf in het kort de betekenis van de functie voor de taak te schetsen.m a b blz.147De onderneming die zijn jaarrekening aan derden overlegt, treedt op bij zondere wijze in het maatschappelijk verkeer.Immers, een jaarrekening is naar zijn aard een verantwoording, en wel van de ondernemingsleiding over het gevoerde beheer.Deze verantwoording wordt afgelegd door mededeling van de financieel-economische uitkomsten.Nu behoort het tot het wezen van een verantwoording, dat deze gecontro leerd kan worden; anders is het niet meer dan een vrijblijvend bericht.De eis van controleerbaarheid is van essentiële betekenis; overigens is deze zeer goed te rijmen met de nog nader te formuleren eis welke ten behoeve van de ondernemingsbesturing aan de daartoe benodigde informatie te stellen valt.Dit zal in hoofdstuk 3 verder worden uitgewerkt.De controle van de jaarrekening is in vele gevallen door belanghebbenden toevertrouwd aan een onafhankelijke deskundige, de accountant.De aanvaar ding van deze functie wekt verwachtingen; wat betekenen deze voor de accountant?Dit is het meest principieel benaderd door Th.Limperg Jr. Het is nuttig hier te wijzen op een hardnekkig misverstand: de leer van Limperg is niet de leer van het gewekte vertrouwen, doch die van de rationele verwachtingen.Helaas heeft Limperg zelf meegewerkt aan dit misverstand.In 1932-1933 heeft hij in zijn in dit blad gepubliceerde artikelenreeks aangetoond, dat het niet ging om het feitelijk in de maatschappij bestaande, gewekte vertrouwen, maar om redelijke eisen die aan de functie te stellen zijn.Deze artikelenserie, waarin hij de verstandige leek introduceerde, gaf hij tot titel: ,,De accountant en de leer van het gewekte vertrouwen".Het is te betreuren dat een onjuiste term hierdoor levensvatbaarheid behield.Dit verschil in terminologie is ook thans nog van betekenis.Af en toe wordt nog bepleit om dat feitelijk levende, gewekte vertrouwen door publikaties van beroepszijde zodanig te wijzigen, dat dit vertrouwen de door de desbetreffende accountants voorgestane controlemethoden zou dekken.Mis schien zou onze beroepsorganisatie meer aan voorlichting moeten doen, maar dan niet om het maatschappelijk verkeer naar ónze hand te zetten.Wij moeten duidelijk maken wat vanuit maatschappelijk standpunt gezien redelij kerwijs van ons verwacht kan worden.Met betrekking tot de term "vertrouwen" geeft Limperg in een naschrift bij een artikel van L. H. Belle uit 1940 aan, dat dit niet ethisch geïnterpre teerd moet worden: het gaat niet om het subjectieve vertrouwen in de persoon van de accountant, doch om de objectieve verwachtingen ten aan zien van zijn arbeid.Welke verwachtingen kunnen belanghebbenden buiten de onderneming nu redelijkerwijze koesteren ten aanzien van een door een accountant goedge keurde jaarrekening?Allereerst uiteraard de verwachting die wordt gewekt door de letterlijke tekst van de verklaring, nl.dat die jaarrekening een ge trouw beeld geeft van de financiële positie en van de resultaten, hetgeen o.a.inhoudt dat de in de jaarrekening opgenomen cijfers binnen redelijke grenzen juist zijn.Welke al dan niet rationele verwachtingen men belanghebbenden buiten de onderneming verder ook toeschrijft, de belangrijkste is die omtrent het getoonde beeld.En daarom vormen de feitelijke gegevens in de jaarreke ning het primaire controle-object van de accountant.m ab blz.148
Abstract licence: CC BY-NC-ND
References14
14 more references, whose wording the paper’s licence keeps private.
Reads
Read by people on this page
None yet.
Checked or read by AI through naulon
None yet.
A person counts once a day per paper. We keep no cookie and no address: a reader is a hash that changes every day. Any month under five reads shows no number.
Are you an author?
Is this your paper?
Claim it to add your note and be paid when agents cite it. Free.