WINSTBEPALING EN FINANCIERINGSSTRUCTUUR
H. J. Van Der Schroeff
MAB · 1969
doi:10.5117/mab.43.14924 (opens in a new tab)
We email you when a new notice or a question about this paper appears.
Abstract
Inleiding en verantwoording van het onderwerp Bij de vele problemen bij het opstellen van de jaarrekening doet zich mede het vraagstuk voor of en in hoeverre bij de vaststelling van de periodewinst rekening moet worden gehouden met de z.g.inhaalafschrijvingen. Deze moeilijkheid treedt naar voren bij de waardering van de duurzame produktiemiddelen op basis van de vervangingswaarde in het geval van een stijging van het prijsniveau.Bedoeld vraagstuk betreft de herziening en aanpassing van de in de voorafgaande jaren toegepaste afschrijvingen op basis van de huidige gestegen vervangingswaarde, welke herziening tot extra-afschrijvingen leidt, die in het vak als "inhaal"-afschrijvingen bekend staan.Het laat geen twijfel, dat dit vraagstuk -vele jaren geleden voor het eerst door Limperg gesteld -niets van zijn actualiteit heeft verloren.De voortgaande stijging van het prijsniveau, waardoor onze tijd is gekenmerkt, dwingt de bestuurscolleges van de ondernemingen telkenmale opnieuw zich rekenschap te geven van de in vloed, die stijging van de vervangingswaarde van de produktiemiddelen (van de duurzame middelen in het bijzonder) op de vermogens-en winstbepaling bij de jaarrekening heeft.Directie, commissarissen, als ook de accountant, zien zich voor de vraag gesteld of en in welke mate het noodzakelijk is -gezien de gestegen vervangingsprijzen -op de duurzame investeringen versterkt af te schrijven, dan wel of omstandigheden kunnen worden aangewezen, die het voor het bedrijf in kwestie wettigen van zodanige extra-afschrijvingen af te zien.Bij deze omstandigheden valt te denken aan de invloed, die van de financierings structuur van het bedrijf uitgaat.In hoeverre -zo kwam de vraag bij mij op -speelt de wijze, waarop het bedrijf zijn vermogen heeft verkregen en derhalve de finan cieringsstructuur een rol bij de beantwoording van de vraag of en in hoeverre bij het opstellen van de jaarrekeningen bedoelde extra-afschrijvingen noodzakelijk zijn.De vraag is belangrijk, omdat bij een voortgaande inflatoire stijging van het prijsniveau een noodzakelijk geoordeelde aanpassing van de in het verleden toege paste afschrijvingen aan de hedendaagse vervangingsprijzen diep kan ingrijpen in de resultatenrekening.Probleemstelling Bovenstaande vraagstelling brengt mij ertoe in het voorliggende artikel opnieuw de inhaalafschrijvingen aan de orde te stellen, nadat ik in vorige geschriften1) daaraan reeds de nodige aandacht heb besteed.De invalshoek van de beschouwing is thans echter een andere, doordat het zwaartepunt nu komt te liggen bij de in vloed welke van de financieringsstructuur op de winstbepaling uitgaat met be trekking tot deze afschrijvingen.Als gevolg daarvan zal men kunnen vaststellen, dat een deel van de hierna volgende beschouwingen afwijken van datgene, wat wij eerder daaromtrent hebben geschreven.De hoofdaandacht zal worden bepaald 1) Kosten en kostprijs, 6e druk 1965; artikelen: "Rondom het winstprobleem" en "Herwaar dering van duurzame produktiemiddelen", beide in M. A.B.-Bundel 1924A.B.-Bundel -1960. .m a b blz.50 tot de relatie van winstbepaling en financieringsstructuur.De probleemstelling van de analyse wordt gevormd door de bepaling van de invloed, welke van de financieringsstructuur van het bedrijf uitgaat op de inhaalafschrijvingen bij ge stegen vervangingswaarde der duurzame produktiemiddelen en daarmede op de vaststelling van de periodewinst bij de jaarrekening.Afgrenzing van de analyse In het kader van bovengegeven probleemstelling zal de analyse zich richten op een facet van het vraagstuk van de winstbepaling en niet -ter vermijding van een mo gelijke verkeerde interpretatie zij er met nadruk op gewezen -op de leer van de vervangingswaarde als waardetheorie, welke zich bezighoudt met de grondslagen van het waarde-oordeel van de producent.Er is aanleiding dit verschil te beklem tonen, omdat een neiging bestaat -zoals ik al eens eerder heb vastgesteld2) -het vraagstuk van de winstbepaling binnen het kader van de theorie van de vervan gingswaarde te brengen als ware het winstvraagstuk slechts een facet van deze theorie.Met deze opvatting verengt men dit vraagstuk.Bedoelde theorie moge in dit kader van grote betekenis zijn, het winstprobleem houdt meer in dan een waarderingsvraagstuk. De theorie van de vervangingswaarde kan dan ook nietzoals sommige aanhangers wel menen -"de" integrale oplossing geven van het vraagstuk van de bepaling van de periodewinst.Gezien de vele misinterpretaties ten deze heb ik -om de woordkeus van Burgert3) te gebruiken -de leerstukken van waarde en van winstbepaling "ontkoppeld" en de strakke binding van waar de-en winstbepaling, die kenmerkend is voor de opvatting van Limperg losge laten.Indien in dit artikel een afwijkend standpunt wordt ingenomen tegenover diens theorie, betreft dit het winstvraagstuk, niet de vervangingswaarde-theorie. Men houde dit wel in het oog, wil geen misverstand ontstaan.Zoals in de probleemstelling aangegeven, zal dit artikel zich bezig houden met de invloed, welke van de financieringsstructuur op de gevolgen van inhaalafschrij vingen en daarmede op de periodewinst uitgaat.Zo gesteld betreft dit slechts een deelprobleem van het grotere vraagstuk van de invloed van de financiering op de winstbepaling.Wij hebben gemeend, gezien de grote gecompliceerdheid van de problematiek, ons een beperking te moeten opleggen door ons voorhands tot het probleem te bepalen, dat in de ondertitel is aangegeven.Wij houden het voor mo gelijk, dat een aantal van de hierna volgende conclusies mutatis mutandis een wijdere strekking bezitten dan voor de duurzame produktiemiddelen alleen.Hoe dit zij, wij verzoeken de lezer in deze studie niet meer te willen zien dan een proeve van een analyse, die niet verder reikt dan de invloed van de financierings structuur op de inhaalafschrijvingen bij de winstbepaling.De visie van Limperg t.a.v.de inhaalafschrijvingen bij de winstbepaling Het probleem, dat bij waardering van de duurzame middelen op basis van de ver vangingswaarde wordt geschapen, is in het vak te zeer bekend dan dat het nodig zou zijn daarop uitvoerig in te gaan.In zijn bekende rede daterende van 1937, handelende over de gevolgen van de depreciatie van de gulden voor de berekening 2) Zie bijv.mijn artikel "Vervangingswaarde-theorie en winstprobleem", M.A.B. juni 1968.3) R. Burgert, Bedrijfseconomisch aanvaardbare grondslagen voor de gepubliceerde jaarrekening (bijlage van "De Accountant", sept.1967, blz.186.) m a b blz.51 van waarde en winst4), betoogde Limperg dat het wel haast paradoxaal valt te noemen, dat een stijging van de vervangingswaarde van een (duurzaam) produktiemiddel met een verlies gepaard gaat.De verklaring van deze schijnbare anti nomie ligt in de omstandigheid, dat de invloed van de waardestijging zich zowel doet gevoelen op de waardering van de nog in het produktiemiddel aanwezige prestatie-eenheden, als op die van de reeds in het verleden verbruikte werkeenhe den.Met betrekking tot laatst bedoelde eenheden moet worden vastgesteld, dat deze -de gestegen vervangingswaarde in aanmerking genomen -in de voorgaande perioden te laag zijn gecalculeerd.Daarmede is niet bedoeld te zeggen, dat de lei ding van het bedrijf in het verleden een fout heeft gemaakt, maar deze wordt thans geconfronteerd met de gevolgen van de gestegen vervangingswaarde van de produktiemiddelen.Ten opzichte van deze werkeenheden -wij citeren Limperg's nagelaten werk5) -doet de stijging van de vervangingswaarde "een verhoogde economische vervangingsverplichting ontstaan, die niet kan worden verhaald op de huidige en toekomstige produktcn, welke met deze werkeenheden niets hebben uit te staan".Het onvermijdelijke gevolg is, dat voor het jaar, waarin zich de stijging van de vervangingswaarde voordoet, een verlies moet worden aanvaard.Gezien het uit zonderlijk karakter van dit verlies is het -aldus Limperg -gerechtvaardigd dit uit reserves te dekken.Zijn deze er niet of zijn deze niet toereikend, dan zal het onont koombaar zijn het verlies, hoe buitengewoon zijn aard ook moge zijn, ten laste te brengen van de resultatenrekening van het jaar, waarin de herwaardering zich voordoet.Zolang de verliescorrectie van de inhaalafschrijving niet op de resulta tenrekening van het betreffende jaar is aangebracht, kan -zo luidt de duidelijke eindconclusie -van een (verteerbaar) inkomen geen sprake zijn.De reactie van theorie en praktijk De laatstgenoemde conclusie heeft van meet af theorie en praktijk -als ik mij zo mag uitdrukken -zwaar op de maag gelegen.Een verschil valt te constateren tus sen de wijze waarop het bedrijfsleven de ene en de andere conclusie ten aanzien van de gevolgen van de herwaardering tegemoet is getreden.Gezegd kan worden, dat de praktijk zich goeddeels heeft aangesloten bij de uitkomst van de redenering, dat herwaardering tegen een hogere vervangingswaarde tot een vermogenstoeneming leidt, die niet als winst kan worden beschouwd, indien en voor zover zij onder de klem ligt van de vervangingsverplichting.Belangrijk grotere weerstand, althans moeilijker aanvaarding heeft de prakti sche hantering van de uitspraak ondervonden met betrekking tot het verlies uit hoofde van de inhaalafschrijvingen. De draagwijdte van deze laatste conclusie is dan ook -wij zeiden het reeds -wel zeer vèr reikend.In de tegenwoordige tijd wordt het bedrijfsleven met een steeds voortgaande stijging van het prijsniveau ge confronteerd.De winst -zo laat zich stellen -komt op losse schroeven te staan, in dien het bedrijf telkenmale opnieuw voor de noodzaak wordt geplaatst in zijn hui dige bedrijfsresultaten verliezen op te vangen als gevolg van te lage afschrijvingen in het verleden.Terecht heeft Groeneveld erop gewezen, dat bedoelde verliezen een aanmerkelijke rem vormen voor de integrale toepassing van de vervangings-4) Opgenomen in: Bundel M.
Abstract licence: CC BY-NC-ND
Reads
Read by people on this page
None yet.
Checked or read by AI through naulon
None yet.
A person counts once a day per paper. We keep no cookie and no address: a reader is a hash that changes every day. Any month under five reads shows no number.
Are you an author?
Is this your paper?
Claim it to add your note and be paid when agents cite it. Free.