ARCHIEF-KLASSIFICATIE
H. Hymans
MAB · 1925
doi:10.5117/mab.2.16391 (opens in a new tab)
We email you when a new notice or a question about this paper appears.
Abstract
wel zijn de bouwterreinen in een bevoorrechte positie tegenover het akkerland eromheen, maar hier is in het geheel geen verge lijking mogelijk van producten, want op akkerland kan niet ge bouwd worden.Von Mangoldt11) heeft een eigen verklaring voor de hoogte van den bouwgrondprijs.Dit is de teorie van den smallen rand.Bij stadsuitbreiding is er een vraag naar grond, die sterk, drin gend en kapitaalkrachtig is.Tegenover deze vraag staat een beperkt aanbod.Ter voldoening aan de behoefte heeft men slechts de beschikking over een smalle strook, die zich aansluit aan het bebouwde gedeelte.Wat daarachter ligt-komt niet in aanmerking, om de volgende redenen: le.de stedelijke bevolking wil niet wonen, dan in aansluiting aan het bebouwde gedeelte, in verband met de veiligheid, het verkeer met familie en vrienden en het bezoeken van scholen, werkplaatsen en kantoren.2e. De kosten van stratenaanleg naar verder gelegen gronden zijn te hoog.3e. Het is ónmogelijk om, zonder bewilliging van de eige naars van den smallen rand, verbindingswegen te maken naar verder gelegen gronden en het is in het belang van bedoelde eigenaars om die vergunning niet te geven.4e. Ook de gemeentebesturen leggen moeilijkheden in den weg aan het bouwen, zonder aansluiting aan de stad.Deels berust deze tegenstand op de overweging, dat voorziening met gas, electriciteit en water bezwaren ondervindt, deels op de meening, dat op deze wijze de speculatie tegengegaan kan worden.Dit alles leidt v. Mangoldt tot de conclusie, dat de bezitters van den smallen rand zich in een "monopolahnliche Stellung" bevinden.Althans in een positie van zeer beperkte concurren tie.Goederen, die zich monopolistisch in een of weinige handen bevinden, kunnen zeer ver boven hunne productiekosten stijgen, en aldus is verklaard hoe het komt, dat de prijzen van den grond, waarover het hier gaat, zoo hoog zijn.Maar hiermede zijn wij weder terecht gekomen bij de speculatie-theorie, zij het in eenigszins anderen vorm.Deze opvatting wordt dan ook gedrukt door dezelfde bezwa ren.Bovendien logenstraffen de feiten in onzen tijd de boven genoemde redenen, waarom de grond, op eenigszins grooteren afstand gelegen, niet in aanmerking zou komen voor de stads uitbreiding.Voornamelijk door een nieuwen factor, n.1.liet ver beterde verkeer.De voorstanders van de z.g.n.decentralisatie in de stadsuitbreiding nemen toe.l£)Een bevredigende verklaring hebben wij tot nog toe niet ge vonden.In alle verklaringen, die wij hebben gehoord, speelde de hoogte der bedrijfseconomische kostprijsfactoren een rol ter verklaring van de hooge prijzen.Zij baseeren zich allen op de oude kosten-theorie, die den prijs van het eindproduct afleidt uit de hoogte der kosten.Wij zullen aan de andere zijde moeten beginnen en trachten vast te stellen, hoe de woningprijzen tot stand komen en dan te zoeken het verband tusschen dien prijs en de kosten-factoren.De meening van Weber wijst ons wel in die richting, maar wij komen ook daarmede niet verder, vooreerst omdat ook de theorie van Ricardo de stijging van den prijs van het product nog verklaart uit de stijging der kosten en bovendien omdat deze leer zooals wij zagen, op den stedelijken bouwgrond niet van toepassing is.Het kan bevreemdend schijnen, dat de vrij alge meen aangenomen leer van Ricardo een zoo beperkte toepassing heeft, dat ze niet alleen niet op andere goederen dan grond, maar zelfs niet op alle soorten grond toepasselijk is.De ver-J1) t. a. p. pag.229.12) Vergelijk een correspondentie in de N. Rott.
Abstract licence: CC BY-NC-ND
Reads
Read by people on this page
None yet.
Checked or read by AI through naulon
None yet.
A person counts once a day per paper. We keep no cookie and no address: a reader is a hash that changes every day. Any month under five reads shows no number.
Are you an author?
Is this your paper?
Claim it to add your note and be paid when agents cite it. Free.